5. Bessen
-
Voorbeelden: bosbessen, frambozen, bramen
-
Ze hebben een lage glycemische index en bevatten antioxidanten die ontstekingen remmen.
6. Peulvruchten
-
Voorbeelden: linzen, kikkererwten, zwarte bonen
-
Ze zijn rijk aan eiwitten en vezels en geven de suiker langzaam af aan het bloed.
7. Volkoren granen
-
Voorbeelden: haver, quinoa, gerst, spelt
-
Ze hebben een lagere glycemische index dan geraffineerde granen.
8. Knoflook
-
Onderzoek wijst uit dat knoflook de insulinegevoeligheid kan verbeteren.
9. Kaneel
-
Specerijen die de bloedsuikerspiegel beter onder controle kunnen houden (Ceylon is beter dan cassia).
10. Lichaam
-
Fruit met een lage glycemische index en oplosbare vezels (pectine) die helpen de bloedsuikerspiegel te reguleren.
11. Verdure non amidacee
-
Voorbeelden: komkommers, courgettes, broccoli, bloemkool
-
Ze bevatten vrijwel geen suiker en helpen de bloedsuikerspiegel stabiel te houden.
Extra tips
-
Appelazijn: ingenomen vóór de maaltijd kan het pieken in de bloedsuikerspiegel verminderen.
-
Drink veel water: dat helpt de nieren overtollige glucose af te voeren.
-
Beheers je porties: zelfs te veel gezond eten kan je bloedsuikerspiegel verhogen.